Baat, Jan de / Windharp / 1972

Assendorp, Park de Wezenlanden

In Park Wezenlanden staat een vier meter hoge windharp van roestvrij staal, die fluittonen laat horen zodra de wind tussen de pijpen door blaast. Jan de Baat heeft zich tijdens zijn artistieke loopbaan nadrukkelijk geprofileerd als een kunstenaar die graag de uitdaging van opdrachtsitua­ties zoekt.

Opvallend is de variatie die hij daarbij aan de dag legde. Toch loopt er ook een rode draad door zijn oeuvre.

Combinatie

Alle beelden worden namelijk gekenmerkt door een sterke combinatie van ruimtelijkheid en plasticiteit. Ze zijn meestal voor een speci­fieke locatie gemaakt en wortelen daardoor op de plek waar ze zijn geplaatst.

Het spreekt vanzelf dat de kunstenaar voordat hij een opdracht uitwerkt, eerst de omgeving op zich laat inwer­ken. Dat deed hij ook in Park Wezenlanden.

Kegelmantels

Voor deze locatie maakte hij een beeld dat bestaat uit twee kegelmantels die niet alleen in samenspel met de wind geluid genereren, maar ook door de wisselende lichtinval verrassende lichteffecten veroorzaken. In de gecultiveerde omgeving van het park draagt het beeld bij aan een optimale wisselwerking tussen natuurlijke elementen, weersinvloeden en kunstmatige ingrepen.

In samenhang met andere beelden die in Zwolle zijn geplaatst, laat de windharp in de Overijsselse hoofdstad zien welke artistieke ontwikkelin­gen De Baat heeft doorge­maakt.

Omslag

De autodidactische beeldhouwer die vijf jaar lang als hoofddocent beeldhouwen verbonden was aan de Amster­damse Riet­veld A­cade­mie, werkte aanvankelijk naturalistisch maar bekeerde zich in de loop van de jaren zestig tot abstracte vormentaal.

Die omslag bepaalde de definitieve richting van zijn werk. De kunste­naar heeft altijd een sterke binding met architectuur gehad. Hij slaagt er steeds weer in (mede dank­zij zijn kennis van materialen, gereedschappen en technieken) artistiek verantwoorde oplossingen te vinden voor inhoudelij­ke of formele dilemma’s.

Eventuele fricties worden in een vroegtijdig stadium onderkend. Wat resteert is een sterke vorm die moeiteloos overeind blijft in de omringende ruimte.