Bruning, Gerard Maria / De droom van Liliënthal / 1976

Binnenstad, Grote Kerkplein, Patio Stadhuis, Sassenstraat

Het beeld van Gerard Maria Bruning kreeg een beschutte plek in de patio van het stadhuis dat in 1975 werd gebouwd. Het kan vanuit het stadhuis op meer niveaus bekeken worden en vormt een visuele verbinding tussen Sassenstraat en Grote Kerkplein.

Pure vormentaal

Kunsthistorisch gezien sluit de abstracte vormentaal van Bruning aan bij het werk van klassieke modernen als Constantin Brancusi, Hans Arp, Alexander Calder, Henri Moore en Barbara Hepworth. Door consequente vereenvoudiging komt de beeldhouwer tot pure vormentaal die gedragen wordt door krachtige grondvormen.

Behalve beeldhouwer was Bruning ook graficus. Hij maakte etsen, hout- en linosneden. Al in 1958 werd de Karel de Grote Prijs aan hem uitgereikt. Als beeldhouwer had hij een sterke voorkeur voor de materialen beton, brons en steen.

Aanvankelijk noemde hij het beeld dat hij voor het nieuwe stadhuis in Zwolle maakte geheel conform de ongeschreven wetten van de abstracte beeldhouwkunst Vrije vorm. In 1978 werd die naam veranderd in De droom van Liliënthal.

Zwaartekracht

Door die nieuwe naam werd een duidelijke relatie gelegd met de Oost-Duitse ingenieur, vliegtuigconstructeur, zweefvlieger en pionier van de vliegkunst, Otto Liliënthal, die de vlucht van vogels bestudeerde en op grond van zijn bevindingen het voordeel van de gewelfde vleugel voor vliegtuigen aantoonde. In 1891 stortte hij tijdens een glijvlucht neer. Associaties met het lot van Icarus liggen voor de hand.

Het beeld van Bruning doet geen moeite om de zwaartekracht te ontkennen. Het bestaat uit gesloten abstracte vormen en volumes. Toch is het niet moeilijk om er de twee vleugels, een romp en een staartstuk van een neergestort vliegtuig in te herkennen.

De wetenschap dat Gerard Bruning zich graag liet inspireren door de tragische held Icarus uit de Griekse mythologie, maakt het beeld compleet.