Colton, Adam / Zonder titel / 1994

Hanzeland, Hanzelaan (Rijkskantorengebouw)

Het werk van Colton wordt klassiek genoemd omdat de kunstenaar het ambachtelijke scheppingsproces in ere herstelt.

Volgens Colton is de typering ‘klassiek’ onjuist. Hij vindt zijn werk bij vlagen barok en huldigt de principes van de renaissance kunstenaar. Hij hakt in steen zoals ook klassieke beeldhouwers dat deden. De veelal liggende blokken gips, kalksteen of zandsteen zijn voorzien van rijke profielen en uitsparingen.

De beelden lijken op reconstructies of resten van pilasters, drempels of trappen die op een archeologische vindplaats aangetroffen werden en daarna weer in elkaar zijn gepast.

Eenvoud

Wessel Couzijn typeerde Colton ooit als de meest oorspronkelijke beeldhouwer van zijn generatie. Zelf positioneert de kunstenaar zich ergens tussen Carl Andre (vanwege diens sterke denkproces) en Joseph Beuys, van wie hij vooral de ideeën over ‘energie als ruimte en vorm’ hoog waardeert.

Ook de eenvoud in het werk van de Spaanse beeldhouwster Suzanna Solano spreekt tot de verbeelding van Adam Colton. In zijn beelden komen herwaardering voor het ambachtelijke scheppingsproces, fascinatie voor natuurlijke rotsformaties en elementen uit Arte Povera, Concept Art en Minimal Art samen.

Tweedelig beeld

Colton wil vooral beelden maken waarin kleine, geconcentreerde en explosieve ideeën uiteenspatten. In het tweedelige beeld dat geplaatst is bij het Rijkskantorengebouw in Hanzeland zijn zachte, ronde vormen uitgehouwen in twee rechthoekige blokken kalksteen.

De beeldhouwer gaat terug naar de meest elementaire vormen en basale contrasten in de beeldhouwkunst en tegelijkertijd houdt hij de menselijke maat en maatvoering scherp in de gaten.