Dings, Nicolas / Monument voor Mastenbroek / 2004

Stadshagen, Milligerplas

Nicolas Dings omschrijft het kunstwerk als een solitair beeld waarvan de plek bepaald is door de lineaire structuur van de polder, de rechtlijnige en elkaar kruisende sloten, wegen en weteringen, de open ruimte en de Millingerplas.

De horizontale landschapslijnen gaan een dialoog aan met het verticale kunstwerk.

Ontginning

De kunstenaar verdiepte zich in de geschiedenis van Mastenbroek. Het oudste document stamt uit 1364 en gaat over de verdeling van de polder. Vanaf 1364 is de ontginning en bepoldering vastgelegd in waterschapsdocumenten en grondregisters.

Dings revitaliseert die geschiedenis in zijn monument. Hij ontrafelt oorspronkelijke bedoelingen, betekenissen en inzichten en zet die om in een eigentijdse vorm en beeldtaal.

Kamers

Ruimzicht is een stapeling van gedraaide, roestvrijstalen kamers die een schroefbeweging maken. De draaiing refereert aan een gemaal en een wervelkolom. De toren is de ruggengraat van de polder.

Een belangrijke rol is weggelegd voor het voetstuk. Uit de Millingerplas rijst een stenen zuil op, waarop de jaartallen 1364 (het eerste document) en 2004 (plaatsing van het kunstwerk) zijn vermeld.

Geschiedenis

In de torenkamers bevinden zich objecten die aan de geschiedenis van de polder refereren. De bisschop (tevens landheer), de Overstichtse adel en de steden vormden de trias politica die de polder bestuurden. Zij worden gesymboliseerd door een silhouet van een menselijke figuur.

In de tweede kamer herinnert een boei aan de scheepvaart en de verovering van polderland op het water. In het verleden teisterden 34 overstromingen de polder.

Landbouw

De derde kamer herbergt dieren die landbouw en veeteelt vertegenwoordigen: de voornaamste inkomstenbronnen voor de polderbewoners.

In de vierde kamer symboliseert een rode bol het vuur van machines die de mens hielpen om het water te bedwingen en het land te ontginnen.

Natuur

In de vijfde kamer verwijst het silhouet van een vogel naar de omringende natuur en de vrije geest. In de laatste kamer bevindt zich een gepolijste zuil die het zonlicht reflecteert. De zuil wordt bekroond met een weermannetje dat staat voor de noeste landarbeider: met zijn kop in de wind, anoniem en onmisbaar omdat hij laat zien uit welke hoek de wind waait.