Henneman, Jeroen / Lamp / 2000

Hanzeland, Lübeckplein

De lamp die Jeroen Henneman in 1998 maakte voor het nieuwe Stadskantoor dat in 2000 geopend werd, is een logisch vervolg op de ruimtelijke tekeningen die hij daarvoor al met een zaagmachine uit weer­barstig multiplex tevoorschijn haalde, vervol­gens met lijm en nietpistool tot een hecht bouwwerk combi­neerde en bespoot met verf in grijze grafiet­tinten.

Tekening

Jarenlang zocht Henne­man (Haarlem, 1942) naar een synthese tussen tekening en object. In de cyclus van multiplexwerken die hij in de jaren 90 maakte, valt alles op z'n plaats. Aan de apotheose in multi­plex en aan de stalen varianten (waaronder de lamp in Zwolle) gingen andere experimenten vooraf. Het systeem en het specifieke hand­schrift van de tekening waren steeds uitgangspunt.

Henneman wilde met zo min mogelijk lijnen zo veel mogelijk volume creëren en tegelijk de tekenachtigheid bewaren. Dat laatste deed hij door het afbuigen van rechte lijnen en verdikkingen in de lijnen te laten zien. De tekeningen van multiplex, neon en staal gaan over per­spec­tief en over de ambivalente verhouding die kunstenaar heeft met logica. Kleine, curieu­ze uitvingen op dat gebied verrijken zijn beeldtaal.

Doodstil

Hennemans bijzondere band met exterieur en interieur van gebouwen krijgt in de jaren 90 nieuwe dimensies. Hetzelfde geldt voor zijn fascinatie voor zwevende bewegingen, helder­heid in formuleringen en het schuiven met vlakken en volumes binnen de composi­tie. Daarvóór (in de jaren 80) ontstonden series over steden, randen van steden, muziek­ka­mers en pianoportretten waarin de suggestie van bewe­ging domineerde.

Soms put de kunstenaar uit persoonlijke ervaringen. Een verbor­gen brilletje, een asba­k, een slipje en een damesschoentje ver­wijzen naar zijn genoegens en ondeugden. Maar hij wordt vooral geobsedeerd door ruimte en stilte. De mens is de grote afwezige in zijn werk. Daardoor blijft het doodstil.