Holleman, Arnoud / Call me / 2012

Binnenstad, Grote Kerkplein

Arnoud Holleman (Haarlem, 1964) windt er geen doekjes om. In 2012 werd zijn telefoonproject ‘Call me’ opnieuw geactiveerd.

Wie op het Grote Kerkplein even stilstaat bij het beeld Adam, gemaakt door de Franse beeldhouwer Auguste Rodin, treft op de sokkel het prikkelende bordje ‘Call me’ aan met daaronder het telefoonnummer (0900 4004242) dat gebeld kan worden voor meer informatie over de beeld.

Tirade

Wie dat doet, krijgt een lange monoloog te horen die nog het meest lijkt op een klassieke tirade of een ouderwetse aanklacht. Holleman schreef de teksten zelf en neemt geen blad voor de mond. Sterker nog: hij gaat volledig los.

Met veel omhaal van woorden bekritiseert hij eerst Ir. J.B.G.M. ridder de van der Schueren, die van 1946 – 1964 Commissaris der Koningin was in Overijssel. Aan hem werd het beeld van Rodin aangeboden door de dankbare bewoners van de provincie.

Ook het ‘vrindje’ van de voormalige CdK, dr. Dirk Hannema, krijgt er stevig van langs. Het oorlogsverleden van de ontslagen ‘foute museumdirecteur’, zijn stomme aankoop van een valse Vermeer (het schilderij ‘Emmaüsgangers’ van meestervervalser Han van Meegeren) en zijn vermeende homoseksualiteit worden hem door Holleman nog eens fijntjes ingewreven.

'Gejatte ideeën'

Ook Museum Rodin, waar Hannema de sculptuur kocht en zelfs Rodin in hoogsteigen persoon moeten het ontgelden. Holleman stelt onomwonden vast dat ‘Adam’ vooral een samenraapsel van gejatte ideeën is.

Het beeld, dat in een ernstige identiteitscrisis blijkt te verkeren, beschuldigt zijn schepper Rodin ervan onbeschaamd geshopt te hebben bij Michelangelo.

Het project ‘Call me’ is een kolfje naar Hollemans hand. De kunstenaar stookt verschillende vuurtjes tegelijk op en laat ze lekker smeulen. Hij typeert zichzelf als een multimediaal kunstenaar in de klassieke betekenis van het woord. Dat hij zijn klassieken kent, staat vast.

Research

Aan het inspreken van de tekst ging grondige research vooraf. En dan te bedenken dat het allemaal zo onschuldig begint. ‘Wat sta je daar nou te kijken?’ klaagt Adam door de telefoon. ‘Heb ik iets van je aan of zo? Waar was je nou? Hoe lang denk je dat ik hier al sta te wachten?’

Aan het eind van zijn tirade stelt hij berustend vast: ‘Ik heb zin om een sigaretje te roken.’ Het venijn zit in het lange tussenstuk. Daarin gaat Adam dieper in op zijn eigen aard en hoedanigheid (‘Ik ben het resultaat van kopieer- en jatwerk’), op de instelling van Rodin, de man die hem boetseerde om God zelf te evenaren, en op het levensmotto van Ir. J.B.G.M. ridder de van der Schueren: ‘De mens blijft leven in de resultaten van zijn arbeid.’ Wie er het fijne van wil weten, kan zelf met Adam bellen. Gewoon doen!