Rütte, Iris le / Rozenboom / 2008

Keurig gesnoeide hagen en knusse bankjes zorgen voor een idyllische setting die aanspoort tot romantische handelingen, mijmeringen en overpeinzingen waarin weemoed en verlangen om voorkeur strijden. De Rozenboom van Iris Le Rütte (Eindhoven, 1960) refereert aan een regel uit het dagboek van Etty Hillesum, de Nederlandse schrijfster die op 30 november 1943 overleed in Auschwitz en daarvoor (van maart 1941 – september 1942) verbleef in concentratiekamp Westerbork. Op 2 oktober 1942 schreef ze in haar dagboek: ‘Vruchten en bloemen dragen op elke grond, waar men geplant is, zou dat niet de bedoeling zijn?’ De literaire nalatenschap van Etty Hillesum bestaat uit filosofische en psychologische dagboeknotities en brieven uit de periode 1941 – 1943 die pas in 1981 werden uitgegeven onder de titel Het verstoorde leven.

De ontbladerde, kronkelende takken van de bronzen boom aan de Veerallee monden uit in goudkleurige rozen. Wonderbaarlijk verschijnsel is dat aan de boom ook twee rode rozen ontloken zijn die evenals de goudkleurige bloemen onder invloed van weersomstandigheden ooit weer bronskleurig zullen worden. Iris Le Rütte speelt met haar beelden in op het verschijnsel metamorfose. Zij maakt gestalten in de geest van Ovidius, die ooit constateerde: ‘Alles verandert, niets vergaat. De ziel doolt rond van hier naar daar. Zielsverhuizingen, transformatieprocessen en gedaantewisselingen zijn voor Le Rütte een onuitputtelijke inspiratiebron. Mensen, dieren en dingen worden bezield en veranderen onophoudelijk van aard en hoedanigheid.

Zo is de rozenboom minder natuurlijk dan hij op het eerste gezicht lijkt te zijn. Vooral in overdrachtelijke zin stemmen de ‘kunstmatige en gemanipuleerde’ rozen tot nadenken. De rozenboom vraagt veel ruimte. Alleen op die manier kan hij aandacht afdwingen. De melancholische en idyllische setting van het beeld was door Iris Le Rütte niet beoogd, maar achteraf blijkt de omgeving een complementaire invloed te hebben.