Locht, Peter van de / Watersculptuur / 1995

Binnenstad, Grote Kerkplein/Luttekestraat

Peter van de Locht is geen onbekende in Zwolle. De kunstenaar uit het Noord-Brabantse Escharen vervaar­digde ook het beeld voor de foyer van stads­schouwburg Odeon.

Hoewel zijn fonteinbeeld er strenger en soberder uitziet, liggen er vergelijkbare princi­pes aan ten grondslag. Het beantwoordt aan het systeem van de gulden snede. De stren­ge maat­voering en het wetmatige proportioneren volgens een schema van negen vaststaande maten is voor Van de Locht een bijzondere uitdaging.

Schema

De watersculptuur sluit aan bij het autonome werk van Peter van de Locht. In tegenstelling tot de beelden die hij in de jaren '70 maakte, zijn de latere beelden minder gesloten.

De strenge maatvoering is wel aanwezig, maar de kunstenaar heeft zich het schema van negen vaststaande maten zo sterk eigen gemaakt dat hij ermee kan spelen. Het primaat van de intuïtie staat nooit ter discussie. Van de Locht zet een bepaalde ingeving op papier en pas daarna wordt het ontwerp getoetst aan het gulden-snede-systeem.

Schetsontwerpen

Systematiek is een instrument dat hij toevoegt om te kijken of het beeld beantwoordt aan beproefde klassieke normen en regels.

Opvallend is dat de eerste schets­ontwer­pen bijna vanzelfspre­kend aan de maatvoe­ring van de gulden snede vol­doen. De beelden uit de jaren 90 zijn vaak complex. Ook de watersculptuur bestaat uit verschillende onderdelen die in een optimale samenhang gepresenteerd worden.

Er komen barokke invloeden in voor en de invloed van middeleeuwse beeldhouwkunst is onmiskenbaar aanwezig. Beelden uit de middeleeuwen hebben Van de Locht geleerd dat een sculptuur niet interessant wordt door ver­wij­zingen naar gebeurtenissen, maar door intrinsieke waarden.

Dubbelheid

Strengheid wordt gecombi­neerd met wulpsheid en organische processen zijn ingekapseld in gekunstelde vormgeving. Die dubbelheid bevalt hem. Hij schept sensuele warmte naast koele bereke­ningen en gaat overdaad van plastische expressie niet uit de weg. Ook de lichamelijkheid van de vormen is belangrijk.

Van de Locht praat met vormen. Beeldhouwkunst is voor hem een ge­zang. Hij zingt over de dingen waar hij vol van is.