Lunteren, Hans van / De Put, de zuil, het huis / 1993

Zwolle-Zuid, Schellerlanden

De objecten en installaties van Hans van Lunteren gedragen zich meestal als Fremdkörper. Het maakt niet uit of ze in de vrije natuur geplaatst zijn of in een besloten ruimte. In beide gevallen manifesteren ze zich als omgevingsvreemde elementen of opmerkelijke eyecatchers in een doorgaans inschikkelijk landschap of een gewillige ruimte.

Functionaliteit

Ook de driedelige sculpturale ingreep in Schellerlanden is een implantaat waarvoor geen andere functionaliteiteisen gelden dan dat het zelfverzekerd een plek opeist in een context die indringend bevraagd wordt. Niet alleen de ruimtelijke ingreep zelf heeft betekenis, een deel van het bestaansrecht wordt ontleend aan de omgeving waarvoor het ontworpen is. Met zijn omgevingsvormgeving haakt Van Lunteren in op het fenomeen functionaliteit.

Een huis, een put en een zuil worden doorgaans aangelegd omdat ze functioneel zijn. Ze dienen de mens en worden in gebruik genomen. De driedelige sculptuur in Zwolle Zuid is echter niet functioneel in de letterlijke betekenis van het woord. Toch wil de kunstenaar niets liever dan dat de objecten optimaal functioneren binnen de gegeven ruimtelijke context.

Orde

De beelden van Hans van Lunteren stralen een zekere afstand en voornaamheid uit. De strakke vormgeving lijkt bedoeld om chaos te bezweren. De objecten scheppen orde in een omgeving waarin allerlei elementen de aandacht afleiden. Symmetrische opbouw en geometrische basisvormen bieden houvast en wekken de indruk van degelijkheid en betrouwbaarheid.

Ijkpunten

Omdat Van Lunterens beelden die eigenschappen uitstralen en uitdragen, krijgen ze de hoedanigheid van ijkpunten. Ze fixeren de blik en sturen de aandacht van de kijker. Ze beheersen de inrichting, aard en invulling van de plek die ze innemen en daarnaast roepen ze prikkelende vragen op over hun eigen verschijningsvorm.