Meinen, Bert / Rietenstengels / 1988

Zwolle-Zuid, Gravenmate

De werkwijze van beeldend kunstenaar Bert Meinen (Hengelo, 1945) vertoont alle kenmerken van natuurlijke groei. Enerzijds zijn er de wortels, logica en methodiek die de procesmatigheid bepalen, anderzijds openbaart zich de onberekenbaarheid van groei.

Kon in het vroege werk van Meinen nog gesproken worden van zwevende sculpturen, opwaartse krachten en schijnbare gewichtloosheid, in zijn latere werk houdt de kunstenaar zich vooral bezig met de transparante vorm die in feite een gesuggereerde vorm of schijnvorm is en zijn bestaansrecht ontleent aan omringende reële en gematerialiseerde vormen en lijnen.

Malevich

Logica is altijd een belangrijk onderdeel geweest van het scheppingsproces van Bert Meinen. Wie de roots van de kunstenaar uit het Overijsselse Delden wil traceren, kan niet om minimal art en colourfield painting heen en komt uiteindelijk terecht bij de Russische avant-garde in het algemeen en het suprematisme van Malevich in het bijzonder.

In de objecten van Meinen ligt een dynamische basis ten grondslag aan de ordening van vorm, lijn en kleur. Het gehanteerde ordeningsprincipe is nooit heilig.

Persoonlijke varianten

De veronderstelling dat de wet wordt voorgeschreven door constructivistische regels, wordt door zijn kunst voortdurend ontkracht. In zijn persoonlijke varianten op constructivisme en suprematisme transformeert Meinen traditionele idealen en opvattingen naar het heden.

In de objecten vragen altijd meer facetten tegelijk om aandacht. Bert Meinen verenigt op een vanzelfsprekende manier schilderkunstige en sculpturale elementen.

Daarbij zorgt hij ervoor dat de effecten van het (be)schilderen de ruimtelijke vormgeving niet gaan overheersen. De kunstenaar staat hij zichzelf steeds meer vrijheden toe in het aanbrengen van kleur, maar het schilderen moet wel een middel blijven; het mag nooit een doel op zich worden.

Geslepen

Toen Meinen Rietstengels maakte, was hij nog niet bezig met kleur en met het beschilderen van zijn objecten. Toch is er wel sprake van een schilderachtige huid. Die is echter ontstaan door de manier waarop de kunstenaar het naakte staal heeft geslepen.