Nieweg, Herman / Het oor te luisteren / 1979

Binnenstad

Daarnaast voerde Herman Nieweg (1932 – 1999) diverse monumentale opdrachten uit die na verloop van tijd volledig losraakten van de keramische discipline. Een voorbeeld daarvan is de ornamentele muurplastiek die de kunstenaar in 1979 vervaardigde in opdracht van aannemer Moes. Het kunstwerk is uitgevoerd in gegoten beton dat met zuur is opgewerkt. Bouwbedrijf Moes schonk het monumentale wandreliëf in 1979 aan het Stedelijk Conservatorium in Zwolle (nu onderdeel van ArtEZ).

versieringskunst

De in Steenwijkerwold geboren kunstenaar Herman Nieweg is bij zijn ontwerp losjes uitgegaan van de klassieke timpaan. Zijn front is echter niet driehoekig maar vierkant. Conform de timpanen rust zijn gevelkunstwerk op twee betonnen zuilen of dragers die aan weerszijden van de deuringang staan.

Met zijn ontwerp sluit de kunstenaar nauw aan bij de decoratieve functie. Zijn streven was erop gericht om het verband met de gebruikers van het gebouw zichtbaar te maken. Binnen die context trekt hij alle registers open zonder uit het oog te verliezen dat het om versieringskunst gaat.

Sprankelend

Het gestileerde luisterende oor is beeldbepalend. Daarnaast komen andere rechtstreekse en zijdelingse verwijzingen voor naar muziek en muzikaliteit. Onontkoombare gegevens als ritmiek en herhaling gaan hand in hand met decoratieve patronen.

Alle elementen zijn binnen het beeldvlak speels gecomponeerd tot een sprankelend geheel zonder dat de samenhang uit het oog is verloren. De melodieuze toonzetting doet op zinnebeeldige manier recht aan elementen als spiritualiteit, vitaliteit, schoonheidsbeleving, harmonie en verklanking.