Ruijter, Wessel de / The Last Ride / 2003

Wessel de Ruiter (Meppel, 1962) studeerde twee jaar aan de kunstacademie in Kampen, maar verliet die opleiding voortijdig. Hij vergrootte zijn artistieke en ambachtelijke bagage onder meer door zich te bekwamen in de lastechniek.

Hessenpoort, Steinfurtstraat/Bentheimstraat

Hij werkt veel met metaal. Vanaf 1993 manifesteert hij zich als zelfstandig vormgever, beeldhouwer en uitvoerder. Kunstwerken van hem zijn onder meer uitgevoerd in Norg (Edging the Boundary), Schijndel (pleininrichting Pacific Dream) en Joure (Vliegende schotel).

Functionele objecten

Samen met zijn vader maakt hij ook functionele objecten zoals fonteinen (waaronder de fontein in het Zwolse park Eekhout), grafwerk en tuinornamenten. Zijn utopie is om samen met zijn vader een kunstdorp te bouwen in zijn woonplaats Meppel.

Als er al een rode draad voorkomt in de opdrachten die Wessel de Ruiter tot nu toe uitvoerde, dan moet die gezocht worden in zijn voorkeur voor grillige sprookjes en bizarre vertellingen.

Levenshouding

Vreemd is dat niet, want in zijn kindertijd leerde hij op een hippieschool in Amerika dat niets te gek is. Dat is ook de levenshouding die hij via zijn werk wil doorgeven. Alles kan en mag, niets moet.

Een belangrijke inspiratiebron vindt hij in de wereld van comics, cartoons en science fiction films. In The last ride, symboliseert de draak de mens. Het vuurspuwende fabelmonster zoekt lichtelijk wanhopig en gedesoriƫnteerd zijn weg op het industrieterrein.

De aanwezige kunstwerken leiden hem zodanig af dat hij op een mast knalt: einde verhaal, einde oefening. Op de grond zijn nog de remsporen te zien die herinneren aan het ongeluk.

Mast

De mast staat scheef en het slangenlichaam van de draak is er omheen gekruld. De ziel van het dier is richting hemel vertrokken. In gedachten ziet de kunstenaar de draak harpspelend op een wolkje. Het autostuur fungeert als aureool.

Bijna terloops verwijzen de remsporen naar illegale straatraces die ooit op het terrein werden gehouden. De draak is een dankbare metafoor voor de (on)hebbelijkheden van de mens.

Het zal duidelijk zijn: De Ruiter koestert ludieke aanpak, alternatieve zienswijzen, speelse knipogen en onverwachte zijsprongen in zijn werk.