Snoeck, Jan / De wijsneus / 1996

Wipstrik, Dr. Van Heesweg, Thorbecke Scholengemeenschap

De beelden van Snoeck bezitten een hoge attentiewaarde. Grote neuzen of oubollige badmutsen benadrukken hun eigenzinnigheid, terwijl de onbestemde handelingen die ze verrichten niet te ernstig genomen moeten worden. De karikaturale personages doen denken aan stripfiguren. Ze zijn even zorgeloos en onafhankelijk als de kunstenaar zelf.

Hij heeft de positie van outsider in de beeldende kunst tegen wil en dank aangemeten gekregen en vervolgens gecultiveerd in zijn beelden. Zijn werk past niet in een stroming. Kunsthistorisch gezien is hij daardoor een gedoemde onafhankelijke buitenstaander.

Picturaal denken

Jan Snoeck formuleert helder en simpel, maar de totale afwezigheid van zwaarwichtigheid mag niet verward worden met vrijblijvendheid. Consequent gebruik van primaire kleuren, vergaande vormvereenvoudigingen, prettige distantie in combinatie met een aandoenlijke uitstraling, picturaal denken en ongecompliceerde vormgeving zijn eigenschappen die zijn keramische sculpturen uitzonderlijk maken.

In de jaren 50 en 60 van de twintigste eeuw experimenteerde de kunstenaar onder meer met steen, beton, metaal en klei. Een monumentale opdracht voor een ziekenhuis confronteerde hem met bedlegerige mensen. Dat leidde tot een serie liggende vormen. In een later stadium volgden zittende, staande en zelfs lopende figuren.

Het gestaag voortschrijdende abstraheringproces resulteerde in menhirachtige zuilen en gladde vormen die het midden houden tussen pylonen en zerken en meestal menselijke eigenschappen of hoedanigheden aannemen.

Uitstraling

De basisvormen fungeren als beelddrager: een ondergrond waarop de kunstenaar frank en vrij zijn eigen verhaal vertelt.

Zo ook De Wijsneus, een kleurrijk beeld waarin alles draait om het turbulente schoolleven, een schoolhoofd met twee gezichten, orde en gezag, zelfverzekerde uitstraling, bijzondere dimensies en een ongewone kijk op de werkelijkheid.