Straes, Adam / Preekstoel / 1622

Binnenstad, Grote Markt (Grote Kerk)

Met jobsgeduld, onvolprezen vakmanschap en uiterste precisie wijdde hij zich aan het meesterwerk.

De naam Adam Straes wordt in de kunstgeschiedenisboeken niet met hoofdletters geschreven. De reden is simpel: de Duitse beeldsnijder manifesteerde zich in de eerste plaats als een toegewijde artisan, een kunstzinnige ambachtsman en niet als ongebonden kunstenaar.

Beeldsnijkunst

Toch wordt de preekstoel in de Grote Kerk van Zwolle algemeen beschouwd als één van de topstukken op het gebied van beeldsnijkunst uit de late renaissance. De grandeur van het pronkstuk wordt mede bepaald door de torenvormige bekroning.

Straes besteedde extra veel zorg en aandacht aan de zogenaamde torenbaldakijn omdat die ‘kroon’ de waardigheid van de spreker op de kansel onderstreepte.

Eén na hoogste

De kansel in de Nieuwe Kerk in Amsterdam is iets hoger dan die in de Zwolse Grote Kerk, die dus de op één na hoogste in Nederland is. Het houtsnijwerk van de preekstoel in Zwolle is moderner dan het snijwerk van vergelijkbare kanseltypes in Leiden en Den Haag.

In de vormgeving van de kuip vallen de lege boognissen met schelpvormige top op. Die nissen zijn nooit gebruikt voor de plaatsing van beeldhouwwerk.

Aversie

Daarmee werd de protestantse aversie tegen afbeeldingen benadrukt. Ondanks deze lege nissen blijven er echter genoeg indrukwekkende decoratieve elementen over die het bekijken van de preekstoel tot een enerverende visuele ervaring maken.

Adam Straes ontleende het motief voor zijn houtsnijwerk aan de woorden uit Johannes 15: ‘Ik ben de ware wijnstok.’ Waarschijnlijk is deze tekst hem door de opdrachtgevers als leidraad aangereikt.

De woorden van het tekstgedeelte inspireerden Straes tot decoratieve elementen die rechtstreeks naar de metafoor verwijzen. De wijnstok en de ranken zijn overal op de kansel terug te vinden.