Strobos, Evert / Schoepen / 1979

Diezerpoort

Toegegeven: de vormelementen zijn niet onmiddellijk herkenbaar als kunstuiting. Wie niet beter weet, ziet een rasterconstructie die bedoeld is om de uitsteeksels van de technische ruimtes op het dak weg te werken en aan het oog te onttrekken.

De kunstzinnige toepassing is zodanig geïntegreerd in het totale ontwerp van het gebouw dat ze er als het ware mee versmolten is.

Artistieke ingreep

Het gaat niet om een contrasterend of omgevingsvreemd element maar om een artistieke ingreep die dienstbaar is aan het architectonische geheel. Tegelijk is er een sterke relatie met de autonome staalplastieken van dezelfde kunstenaar.

Evert Strobos richtte zich aanvankelijk vooral op het onderzoek naar vorm, functie en betekenis van de kolom. Obelisken, monolieten, zuilen, pilaren, totems en menhirachtige vormen hebben eeuwenlang de beeldhouwkunst geregeerd, gedicteerd of gedomineerd.

Vormexperimenten

Strobos ging met dit gegeven aan de haal door veranderingsprocessen tot inzet van zijn vormexperimenten te maken. Hij deed dat door de kolom in te snijden, te draaien of te torderen, te kantelen of te buigen.

Dat onderzoek en scheppingsproces leverde een continue stroom van vormvariaties op: variabelen en vormverkenningen. Op den duur verbreedde het onderzoeksterrein van de kunstenaar zich.

Behoefte

Andere vormelementen en ingrepen werden in het formele discours betrokken. De minimalistische basisprincipes bleven overeind.

Ook de behoefte van de kunstenaar om heldere en objectieve tekens op te richten die een hedendaags vervolg zijn op eeuwenoude sculpturale verworvenheden, hield stand. De focus op concrete vormentaal sluit aan bij zijn behoefte aan kunst die niet moralistisch maar materialistisch is. Elk beeld is vanuit vorm en materiaal gedacht.