Strobos, Evert / Zuilen / 1981

Berkum, Dr. Van Heesweg

Wie het werk van Evert Strobos (Hengelo, 1943) in kunsthistorisch perspectief wil plaatsen, komt uit bij de Minimal Art die in de jaren ‘60 van de vorige eeuw een nieuwe impuls gaf aan de opvattingen van De Stijlbeweging uit de eerste decennia van diezelfde eeuw.

Theoretisch ingestelde kunstenaars als Joost Baljeu, Carel Visser, André Volten en Peter Struycken namen het voortouw. Zij verzetten zich met hun geometrisch abstracte gedachtegoed tegen het abstract expressionisme dat in hun ogen te veel op het individu en te weinig op de gemeenschap was gericht.

Minimal Art

Evert Strobos is een duidelijke exponent van Minimal Art. Zijn werk is niet poëtisch maar zakelijk en strak, formeel en functioneel. Met zijn objecten zoekt hij aansluiting bij het werk van architecten en stedenbouwkundigen. De stalen beelden openbaren een sterke en consequente hang naar vormonderzoek, waarbij mathematische gegevens en geometrische vormen als uitgangspunt dienen.

Zijn in opdracht uitgevoerde beelden in de openbare ruimte bezitten een technisch afstandelijk en industrieel karakter. In de jaren ’60 stuitte Minimal Art op veel weerstand bij traditioneel ingestelde burgers, maar in de jaren ’70 en ’80 raakten de constructivistische beelden in de openbare ruimte steeds meer ingeburgerd.

Evert Strobos richtte zich aanvankelijk vooral op het onderzoek naar vorm, functie en betekenis van de kolom.

Vormvariaties

Obelisken, monolieten, zuilen, pilaren en totems domineerden eeuwenlang de beeldhouwkunst. Strobos ging met dat gegeven aan de haal door veranderingsprocessen tot inzet van zijn vormexperimenten te maken. Hij deed dat door de kolom in te snijden, te draaien, te kantelen, te buigen of voorover te laten hellen.

Zijn onderzoek en scheppingsproces levert een continue stroom van vormvariaties op: variabelen en vormverkenningen. De zuilen die hij maakte voor de Thorbecke Scholengemeenschap passen binnen dat kader.