Teeuwisse, Arie / Pony / 1988

Assendorp, Park Eekhout

De hoge aaibaarheidsfactor heeft altijd een bijzondere rol gespeeld in het werk van Arie Teeuwisse. Zijn lama’s, schapen en muskusossen laten de aanrakingen gemoedelijk over zich heen komen.

De kunstenaar manifesteerde zich niet alleen als beeldhouwer maar (evenals zijn oudere broer Cor) ook als illustrator en striptekenaar. De ervaring die hij opdeed met de toegepaste artistieke disciplines nam hij mee naar zijn beeldhouwkunst.

Opleiding

Na een opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (waar hij les kreeg van Jaap Kaas) studeerde Teeuwisse aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, waar Jan Bronner één van zijn docenten was.

Deze opleiding moest hij in 1943 voortijdig afbreken. Om uit handen van de nazi’s te blijven dook hij onder boven de leeuwenverblijven in Artis. In 1947 studeerde hij alsnog af aan de Rijksacademie.

Voorliefde

De invloed van Jaap Kaas en het gedwongen verblijf in Artis vormden de basis van de voorliefde van Arie Teeuwisse voor het verbeelden van dieren, zoals de Zwolse Pony. Een sterke voorkeur voor mens- en dierfiguren beheerst zijn beeldende oeuvre. In de openbare ruimte zijn tientallen voorbeelden terug te vinden.

Bekend is het beeld van de eigenwijze Cyrano de Bergerac in de schouwburg van Amstelveen. In de binnentuin van cultureel centrum De Tamboer in Hoogeveen staan de minstens even eigengereide Pulcinella, Scapino, Pantalone en Colombina bij elkaar.

Mens- en dierbeelden

In Genemuiden onderstreept het beeld van de oude veerman de fascinatie van Teeuwisse voor herkenbare, figuratieve mens- en dierbeelden. Arie Teeuwisse werkte van 1963 tot 1982 als docent beeldhouwen aan de kunstacademie van Rotterdam.

Naast een atelier in Amsterdam had hij ook een idyllische tweede werkplek in het Drentse Uffelte, waar hij in 1993 overleed. Hij was lid van Arti et Amicitiae en de Nederlandse Kring van beeldhouwers.