Thom Puckey / Sun / 2003

In het beeldende oeuvre van Thom Puckey (Crayford, 1948) liggen de metaforen voor het oprapen: vloeibaar goud wordt één met smeltend zonlicht, een hemellichaam schijnt en tegelijkertijd verdwijnt het langzaam in de grond alsof het ten onder gaat aan zijn eigen kracht en functie. In zijn werk brengt de Britse kunstenaar vaak zielsverhuizingen en transformaties tot stand. Opzettelijk wrikt en morrelt hij aan vastgeroeste waarden en geconditioneerde denkkaders. Daarmee bereikt hij dat de kijker onbevooroordeeld en onbevangen naar de werkelijkheid kijkt en leert om open te staan voor ongerijmde en zelfs extreme situaties, voor onverwachte wendingen, voor mystiek en voor het grote onbekende.

Bijna terloops verzet de kunstenaar zich met zijn speelse provocaties tegen de nieuwe preutsheid die tegenwoordig steeds vaker de kop opsteekt. Langs het fietspad dat door Stadshagen slingert, doen zich paradoxale situaties voor. Dat is tenminste de indruk die Puckey wekt met enkele beelden die hij in de eerste jaren van het nieuwe millennium in opdracht van de gemeente Zwolle maakte voor de nieuwe woonwijk. De in Amsterdam wonende en werkende Brit plaatste herkenbare maar tegelijk mysterieuze beelden. In zijn kunst is altijd meer aan de hand dan men in eerste instantie denkt. De herkenbare voorstelling fungeert als gewiekste openingszet, als aanjager van associaties of als voertuig van de geest.

Aan het begin van zijn artistieke carrière hield Thom Puckey zich bezig met performances. Daarna maakte hij een tijd lang abstracte beelden die opvielen door hun gesloten karakter. In de jaren tachtig van de vorige eeuw manifesteerde zich een radicale verandering in zijn beeldtaal als gevolg van zijn bekering tot figuratieve beeldhouwkunst. Daarin zijn twee elementen richtinggevend. Naast een sterke fascinatie voor aloude alchemie en voor alle processen en verschijningsvormen die daarmee samenhangen, is een min of meer theatrale benadering kenmerkend voor de beelden die na de kentering ontstaan. De levendige voorstellingen staan met één been in de middeleeuwse, renaissancistische en classicistische traditie, terwijl het andere been stevig steunt op eigentijdse inzichten en actuele verworvenheden.

Het beeld Sun, burning and melting kan in dat licht gezien worden.