Varing, R. / Bakens / 1986

Wipstrik, Trompstraat

De overheid verwierf in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw veel beelden in het kader van de zogenaamde percentageregeling en de Beeldende Kunstenaars Regeling. Overal in ons land verrezen monumentale objecten waarin constructivistische tendensen beeldbepalend zijn.

Het materiaalgebruik (koel staal en moderne kunststoffen) sluit aan bij de tijdgeest die emotie en figuratie op voorhand leek af te wijzen. Hoewel R. Varing (Den Haag, 1946) zich met het beeld Bakens profileert als een kind van zijn tijd, ligt dat minder voor de hand dan het lijkt.

Galerie

In de jaren ’80 schilderde hij namelijk ook realistische interieurstillevens die door hun kille uitstraling zijdelings verwantschap vertoonden met het magisch realisme. Daarnaast ontwierp hij lichtobjecten en beoefende hij diverse grafische technieken, zoals hout- en linosneden, etsen en monotypes.

Na zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag verhuisde hij naar Deventer, waar hij nog een steeds een in keramische kunst gespecialiseerde galerie runt.

Ruimtelijke inzichten

De monumentale opdrachten die R. Varing in het verleden uitvoerde, combineren formele vertrekpunten met ruimtelijke inzichten. De kunstenaar markeert plaats en ruimte.

Zijn beelden ontlenen hun ‘functionaliteit’ en bestaansrecht aan het feit dat ze een plek of een ruimte markeren. Ze fungeren als ruimtelijke tekens die zich duidelijk onderscheiden van de omgeving. Ze verbeelden geen bestaande werkelijkheid en zoeken geen aansluiting bij een natuurlijke omgeving, maar creëren een nieuwe context die optimaal functioneert in directe relatie met moderne architectuur.