Vries, Auke de / Drijvende sculptuur / 1997

Kamperpoort, Harm Smeengekade

Auke de Vries is gewend aan discussies over zijn werk. Hij lokt ze zelfs uit! Wie met een visionaire blik naar gegeven omstandig­heden kijkt en daar vervolgens intuïtief op reageert, zet anders­denkenden op het verkeerde been en riskeert confron­taties. Elke dras­tische ingreep waaraan een eigenzinnige visie ten grond­slag ligt, wringt en schuurt een beetje.

Een verande­ring die verder gaat dan een cosmeti­sche aanpas­sing, zoals de Drijvende sculptuur in de Zwolse Stadsgracht, doet in eerste instantie even pijn. De heer­sende orde wordt aangetast, de status quo doorbroken.

Thuishaven

De veran­derde situatie vergt een omschakeling in het denken. Voor Auke de Vries is de wereld een openbaar museum. Vanuit die optiek gezien is zijn Drijvende sculptuur dus een museumstuk. De kunstenaar maakte het beeld in opdracht van Rabobank Nederland, ter gelegenheid van de nieuwbouw aan de Willemskade.

Bij de onthulling in 1997 werd het beeld geschonken aan de gemeente Zwolle. De plaatsing in het water heeft alles te maken met het profiel van een waterstad die ingeklemd ligt tussen IJssel, Zwartewater en Vecht. Zwolle was van oudsher pleisterplaats en thuishaven voor binnenscheepvaart.

Gewichtloosheis

Nu drijft er in de binnenhaven een sculptuur die hoog uittorent boven de schepen. Het fragiele beeld bezit alle kenmerken van een ruimtelijke tekening. Links en rechts wordt de 13 meter hoge sculp­tuur geflankeerd door eeuwenoud lover. Bomen en beeld gaan geen competi­tie met elkaar aan.

Door de lengte torent de metalen teke­ning weliswaar hoog boven de boompartijen uit, maar de be­scheiden ijle lijnen zorgen voor na­tuurlijk evenwicht en visuele ba­lans. Het beeld kent zijn plaats tussen de coulis­sen. Het opheffen van zwaartekracht en de suggestie van gewichtloosheid passen bij het idioom van Auke de Vries. Hij werkt met gewichten en contragewichten, volumes, verbindingslijnen en vormen die aansluiten bij een raadselach­tig referentiekader.

Het beeld in de Stads­gracht pro­beert op één been te staan en de ver­schillende beeldelementen maken deel uit van een familie van betekenis­sen. Wie het optimale rendement uit de relatie tussen beeld en omgeving wil halen, moet die betekenissen op zich laten inwerken. Het object moet gezien worden in de context van plaats en tijd: hier en nu, heden en verleden.