Waterreus, Tom / Thomas a Kempis / 2002

Assendorp, Assendorperstraat (Dominicanenkerk)

Tom Waterreus (Zwolle, 1943) beeldde de monnik, die zijn opleiding kreeg bij de Broeders des Gemenen Levens in Deventer, af in zittende houding.

Onder zijn linker arm houdt hij het door hem geschreven lijvige boekwerk De navolging van Christus geklemd. De blik van de subprior en novicenmeester die in 1414 tot priester werd gewijd, is devoot, zowel alert als esoterisch, bijna contemplatief.

Afgewend

Hoewel zijn gezicht enigszins afgewend is, blijft de beminnelijke gelaatsuitdrukking goed te zien. Uiteraard is de geestelijke gekleed in traditioneel habijt.

De sober en ingetogen gebeeldhouwde figuur is geplaatst op een uitstekend betonnen ornament met decoratieve krullen. Het hoekbeeld krijgt een extra vleugje grandeur door de torenbaldakijn boven het hoofd van de monnik. De rijk versierde ‘kroon’ met namaaknissen onderstreept de waardigheid van Thomas à Kempis.

Restauratie

Er waren een liefdadigheidsdiner en een loterij voor nodig om de restauratie van de torenbaldakijn en het nieuwe beeld van Waterreus te bekostigen. Het vorige beeld van Thomas à Kempis werd grotendeels verwoest. Ondanks de kroon zijn de nederigheid en bescheidenheid van de monnik spreekwoordelijk.

Terwijl Thomas van Aquino met twee beelden prominent vertegenwoordigd is bij de hoofdingang van het Zwolse Dominicanenklooster, neemt Thomas à Kempis genoegen met een plekje op de hoek van het gebouw, ver van de hoofdingang.

Kleine beitel

De diepreligieuze beeldhouwer Tom Waterreus, die zelf tweeënhalf jaar Dominicaner monnik is geweest maar uittrad omdat de liefde voor de kunst nog groter was dan zijn passie voor het klooster, hakte het beeld met een kleine beitel uit een brok steen van ruim vijfhonderd kilo.

Saillant detail is dat de vader van de beeldhouwer in de jaren ’30 van de vorige eeuw opzichter was bij de herbouw van het klooster in Assendorp. Waterreus laat de gebeeldhouwde monnik bewust iets opzij kijken: naar de bedrijvigheid in de Assendorperstraat: een moment van verstrooiing tussen de intensieve en geconcentreerde bestudering van de geschriften door.